Waarom hengelen en jacht geen sporten zijn?

Sport is een fysieke bezigheid met vaste regels en waarbij vaak sprake is van competitieverband. Sporten kunnen ook recreatief beoefend worden.

  • Een sport heeft een vastgelegde regelset die bij alle spelers bekend horen te zijn. Deze kunnen over de tijd en de plaats variëren. Toernooien kunnen hun eigen aanvullende regels stellen, maar er is een vaste basisset van overeengekomen en geaccepteerde regels.
  • Een sport heeft een competitieaspect. Dit kan zijn in een directe confrontatie met andere spelers, of in de zin van het vestigen van een score.
  • Een sport wordt beoefend voor het plezier van de deelnemers en/of van de toeschouwers; of omwille van het prestige van een land, stad,club enzovoorts.
  • Een sport bestaat uit een fysieke of mentale activiteit, uitgevoerd individueel of in teamverband, met of zonder tegenspelers om van te winnen (bijvoorbeeld voetbal), of om een doel te bereiken (bijvoorbeeld bergbeklimmen), of om gezondheidsredenen (bijvoorbeeld zwemmen).
  • Het primaire doel van een competitie is om volgens de regels te winnen, en niet om esthetische, artistieke of financiële redenen.

De termen Hengel-’sport’ en Jacht-’sport’ mogen we dus direct in de prullenbak deponeren. Het dier weet niet dat het meedoet, het dier weet niets van een competitieaspect, het dier kent geen vastgelegde regelset, het dier beleeft er zeker geen plezier, het dier zal volgens de ‘regels’ dan ook niet kunnen winnen.

 

 

 

Aas- en voer rapport over de hengel'sport'  door René Kamps 

 

Voor de vissen zo mooi en fascinerend,

die nooit iemand kwaad doen

die tot verbeelding spreken van menigeen

bevist, bemind en doch behandeld worden

als hebbeding, als wergwerp artikel.

Te klein,.. ruw terug

Hoe groter, hoe beter, de pijn echter gauw vergeten

Sterker nog, ontkennen, een vis voelt toch geen pijn

Want vissen vindt men immers fijn.

                                                                                                                          René Kamps

 

 

VOORWOORD

November 2013.

In het voorjaar van 2013 heeft Pascale Plusquin mij gevraagd om ‘contactpersoon vissenbescherming’ te worden voor de werkgroep van de Partij voor de Dieren, Limburg-Zuid.

Ik heb hier ja op gezegd omdat ik van 1990 t/m 2007 fervent hengelaar ben geweest en derhalve behoorlijk wat ervaring heb opgedaan in de hengel’sport’. Ook al hoort de georganiseerde hengelsport tot de top-3 van sportbonden, (alleen de tennis- en voetbalbond zijn groter in omvang) en is Koninklijke Sportvisserij Nederland tegenwoordig lid van de NOC•NSF, ik zal de term hengel’sport’ in dit rapport niet meer noemen omdat het naar mijn mening echt geen sport is, dat vond ik ook niet in mijn eigen hengelperiode. Het dier weet niet dat het meedoet, het dier weet niets van een competitieaspect, het dier kent geen vastgelegde regelset, het dier beleeft er zeker geen plezier, het dier zal volgens de ‘regels’ dan ook niet kunnen winnen

Toen ik in het najaar van 2007 vegetarisch ging eten verloor ik ook al snel de interesse in het hengelen. Een vegetarische levenswijze en hengelen kan voor mij dan ook niet samen gaan. Vis gegeten heb ik overigens nooit, maar dat terzijde.

Ik vroeg mij af waar ik al die tijd mee bezig was geweest en kwam tot de conclusie dat het voorbij moest zijn met deze dierenmishandeling. Ik wilde er geen deel meer van uitmaken. 

Spijt van mijn periode als hengelaar? Tja,..ja en nee. Het was een andere tijd in mijn leven. Ik heb teveel vissen gevangen, mooie en spectaculaire exemplaren ook. Ook ik verkondigde "vissen voelen geen pijn", maar wist intussen wel beter. Zoals elke hengelaar trouwens! Wie anders verkondigt, wil het alleen voor zichzelf goedpraten. In de tijd die ik aan het water vertoefd heb, heb ik veel prachtige natuurverschijnselen mogen aanschouwen. Ik kijk dan ook met gemengde gevoelens terug op deze tijd.

Gelukkig heb ik anders gekozen en hopelijk kan ik nu, mede door toedoen van dit werk, een klein beetje bijdragen aan een beter leven, voor alles wat leeft. Inclusief voor de vissen. Het zijn mooie, vreedzame wezens die in hun eigen onderwaterwereld leven waar wij als mensen niets te zoeken hebben, ook niet vanaf de waterkant.  

Mijn expertise ligt bij het hengelen in de zoetwatervisserij. Van wedstrijdvissen op witvis (voorn, brasem e.d.) tot roofvissen en karpervissen, 's nachts in de tent aan de Maas en diverse kanalen met scheepvaart, ik heb het allemaal gedaan.

Hengelen was voor mij een ‘verslaving’, en voor velen met mij. Of ze zich daarvan bewust zijn, weet ik niet. De fanatieke hengelaar is met zichzelf bezig en met niets anders. Ze zien wat de concurrentie doet en doen er zelf een schepje bovenop, want eigen succes is hetgeen dat telt.

Wat ik in dit rapport aan de kaak wil stellen zijn de enorme hoeveelheden aas en voer die de hengelaar in Nederland en daar buiten in het water gooit om zoveel en zo groot mogelijke vissen te vangen. 

Hengelaars beweren dat één van de redenen waarom ze hengelen is, dat ze hun tijd graag in onze mooie natuur verbrengen, echter met de gevolgen voor natuur en milieu houden ze geen rekening. Ook niet voor het behoud van viswater en de vissen die ze zo graag vangen. Hengelaars denken: ”De vis eet het voer dat ik gebruik toch op”. Maar de vraag is, in hoeverre dat zo is.

 

Degene die dit rapport leest kan een hengelaar zijn, of een leek op het gebied van het hengelen. Het is voor eenieder even schrikbarend om te zien wat er dagelijks, wekelijks, jaarlijks in ons oppervlaktewater verdwijnt.   

 

Laat u verbazen en lees hieronder het gehele rapport

                                                                           

                                                                        

Aas_en_voerrapport_over_de_hengelsport1.0.pdf